LEEUWARDEN – Het aantal huishoudens in Fryslân neemt tot 2040 toe. Er is geen sprake van bevolkingskrimp. Wel neemt de beroepsbevolking af als gevolg van vergrijzing en ontgroening.
Er moet meer werk worden verzet met minder mensen
Dit zal onder meer gevolgen hebben voor de zorg. Meer werkenden moeten mantelzorg verlenen en minder mensen zullen meer werk moeten verzetten. Fryslân hoeft de komende vijftien jaar niet te vrezen voor bevolkingsafname. Er is tot 2040 geen sprake van krimp, want het aantal huishoudens zal, behalve op de Waddeneilanden toenemen. Dat blijkt uit het onderzoek Brede welvaart in beeld over de Friese gemeenten van het Planbureau Fryslân, dat dinsdag is gepubliceerd. Hierin worden data, trends en ontwikkelingen voor de komende jaren per gemeente op een rijtje gezet.
Ontgroening en vergrijzing
Wat opvalt is dat vooral het aantal eenpersoonshuishoudens toeneemt. Dit vraagt om ander type woningen, met name voor ouderen. Hoewel het aantal huishoudens toeneemt en het totale bevolkingsaantal niet krimpt, zal de beroepsbevolking als gevolg van ontgroening en vergrijzing wel kleiner worden. Daardoor zal de komende jaren de druk op de beroepsbevolking toenemen. Steeds vaker zullen werkenden mantelzorg moeten verlenen aan hun ouders, vanwege de toenemende zorgdruk. In gemeente Leeuwarden is minder sprake van vergrijzing en ontgroening, zo blijkt. Deze gemeente heeft andere bevolkingspiramide dan de rest van de gemeenten.
Het Planbureau constateert ook dat werkdruk toeneemt: er moet meer werk worden verzet met minder mensen. Deze combinatie van factoren zorgt voor een stijgende mentale belasting. ,,We hebben de verwachte ontwikkelingen op een rijtje gezet, zodat de politieke partijen er mede hun verkiezingsprogramma’s op kunnen baseren’’, zegt Arjen Droog, bestuurder/directeur van Planbureau Fryslân. ,,Onze volgende stap is het analyseren van de gegevens en trends en verklaringen te vinden voor opvallende resultaten.’’
Groei van aantal Friezen dat vrijwilligerswerk doet
Een van de andere ontwikkelingen die worden geschetst in het onderzoek zijn de automatisering en digitalisering. Die zorgen voor een inhoudelijke veranderende vraag naar arbeid. Steeds meer werkzaamheden zullen goedkoper uitgevoerd kunnen worden door computers en machines. Met het oog op de snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering binnen de bedrijfsprocessen, is het volgens het Planbureau van groot belang dat de Friese beroepsbevolking voldoende beschikt over digitale geletterdheid.
Het planbureau constateert ook dat er sinds de coronaperiode een sterke groei is in het aantal Friezen dat vrijwilligerswerk doet. Daarbij komt dat het vertrouwen in anderen over het algemeen hoger dan in de rest van Nederland, waarbij wel wordt aangetekend dat het vertrouwen in instituties dichtbij (politie, gemeente) groter is dan in de landelijke regering en de Tweede Kamer.
Hoewel het aantal Friezen dat zich eenzaam voelt kleiner is dan in de rest van Nederland, neemt hun aantal wel toe. Ook het aantal mensen dat risico’s heeft voor het ontwikkelen van depressies groeit. Daar staat tegenover dat de sociale samenhang of het mienskipsgevoel groot is. Er is wat dit betreft een verschil tussen stedelijke en plattelandsgemeenten. In stedelijke gemeenten is de sociale samenhang lager. Er is sprake van meer criminaliteit, minder vrijwilligerswerk en het vertrouwen in elkaar is soms lager.
Huishoudinkomen
Waar het gaat om het gemiddelde huishoudinkomen is er in de provincie een scheiding te zien. In het noorden van de provincie (met uitzondering van de Waddeneilanden) ligt het gemiddelde huishoudinkomen lager dan in de rest van de provincie. De huizenprijzen liggen in zuiden van de provincie vaak hoger dan in het noorden van de provincie (met uitzondering van de Wadden).
In vergelijking met de rest van Nederland is er in Fryslân wel minder vermogensongelijkheid. En hoewel er in de provincie een stijging is van de geregistreerde problematische schulden, is blijft het aantal nog wel onder het Nederlandse gemiddelde.
,,We hebben, behalve de geschetste grote tendenzen, nu ook een paar opvallende andere zaken geconstateerd’’, legt Droog uit. ,,Bijvoorbeeld als je kijkt naar de zorgen die er zijn over de wolf. Daar zien we dat niet de gemeente waar je woont een rol speelt, maar de vooral de leeftijd.
Driekwart van de 75-plussers maakt zich zorgen over de wolf, terwijl dit bij de mensen tussen 18 en 34 jaar maar 30 procent is. We weten niet wat de verklaring hiervoor is, maar dat gaan we uitzoeken. Het is interessant om uit te vinden wat hier de achtergrond van kan zijn. Temeer omdat er dan wél weer gemeentelijke verschillen zijn als het gaat over klimaatzorgen. Die zijn er bijvoorbeeld bij meer mensen in Leeuwarden dan in Noardeast-Fryslân.’’
<FD.02.07.2025>