Friese Staten: ruim baan voor woningfabrieken

LEEUWARDEN Friese overheden moeten huizen van woningfabrieken samen beoordelen zodat ze vervolgens overal in Fryslân snel te realiseren zijn zonder extra welstandseisen.

Fabrieksbouwers richten zich vooral op het goedkopere (huur)segment

Dat voorstel van de BBB kreeg woensdag voldoende steun in de Friese Staten. Gedeputeerde Abel Kooistra (BBB) kreeg de opdracht mee om zo’n gezamenlijk beoordelingsplan op te stellen met gemeenten en ontwikkelaars.

De BBB-Statenleden Ursula Lolkema en Robert Lenes wezen op de voordelen van fabrieksmatig bouwen in deze tijden van krapte op de woning- en arbeidsmarkt. Deze woningen zijn sneller te bouwen, zijn goedkoper en vergen minder arbeid. Daar komt bij dat Fryslân drie succesvolle bedrijven telt met woonfabrieken: Van Wijnen en Heijmans in Heerenveen en Dijkstra Draisma in Dokkum en Bolsward.

Dat de woonfabrieken hun potentie nu niet optimaal kunnen benutten, komt onder meer door de verschillende eisen en welstandsnormen, aldus de BBB’ers. Hoewel woningen uit de fabriek identiek zijn, wordt toch vrijwel iedere woning apart beoordeeld voordat de gemeente een bouwvergunning afgeeft.

Stalinistische eenheidsworst

Sommige Statenleden plaatsten kanttekeningen bij deze industriële woningbouw. PVV’er Harrie Graansma sprak van een one size fits all, een eenheidsworst en VVD’er Eric ter Keurs had het zelfs over „Stalinistische eenheidsworst”. Miriam Gossen stelde dat iedere wijk in Fryslân zijn eigen kenmerken heeft.

Onafhankelijk Statenlid Albert van Dijk kreeg evenmin warme gevoelens bij eenvormige industriële woningbouw. Hij omschreef ze als „woningen zonder thuis”. Volgens hem heeft Fryslân dergelijke woningen ook niet nodig als ze de woningbouw beperkt tot de eigen inwoners. En SP-Statenlid Hanneke Goede vroeg zich af of het ruim baan geven aan de fabrieksbouwers niet ten koste gaat van de traditionele aannemers.

Volgens Lolkema is dit laatste zeker niet het geval. De fabrieksbouwers richten zich vooral op het goedkopere (huur)segment. Lenes vond alle kritiek misplaatst. „Van een eenheidsworst is echt geen sprake meer. Neem eens een kijkje in de fabrieken. U zult zien dat de verscheidenheid én de kwaliteit groot zijn.”

Nieuw Fries woonplan

Het debat over de fabrieksmatige woningbouw werd gevoerd in het kader van het nieuwe Friese woonplan. Gedeputeerde Kooistra heeft daartoe recent een eerste aanzet gegeven met het benoemen van enkele grote lijnen.

De BBB-gedeputeerde voorziet tot 2050 een woningbouwopgave van ruim 33.000 tot 37.500 woningen. Tot die tijd kunnen Leeuwarden, Sneek, Heerenveen en Drachten – die samen optrekken als Fries Stedelijk Netwerk – uitbreiden met 25 tot 40 procent, de regiokernen tot 25 procent en dorpen met meer dan 250 inwoners met 10 procent.

Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat woningbouw niet meer ruimte in beslag neemt dan noodzakelijk. Herbestemmen en inbreiden hebben de voorkeur. Pas daarna is woningbouw buiten de stads- en dorpsgrenzen mogelijk.

De PvdA pleitte voor het herbestemmen van boerenerven tot woonerven. Statenlid Gossen weer er op dat leegstaande boerderijen nu moeilijk te verkopen zijn vanwege onder meer de onderhoudskosten terwijl er wel behoefte is aan alternatieve kleinschalige woonvormen. Ze kreeg steun voor haar motie dat de provincie bij gemeenten moet inventariseren hoe het de komst van boeren-woonerven kan vergemakkelijken.

Afspraken nakomen

Debat was er ook over de zorg van het Fries Stedelijk Netwerk. Dat concludeerde in een zienswijze dat de provincie zich niet aan eerder gemaakte afspraken lijkt te houden. Die luidde dat de vier grote kernen samen 26.500 tot 42.400 woningen kunnen bouwen. Hoe kan de de provincie dan in haar woonplan en de concept-omgevingsvisie spreken van maximaal 37.500 nieuwe woningen voor geheel Fryslân?

Een ruime Statenmeerderheid schaarde zich achter de motie van CDA en D66 dat de provincie haar afspraken met het Stedelijk Netwerk moet nakomen. Gedeputeerde Kooistra verklaarde het daar mee eens te zijn.

Toen Kooistra een bijna soortgelijke motie van Provinciaal Belang Fryslân (PBF) ontraadde, was de consternatie bij de oppositiepartijen groot. D66-Statenlid Danny van der Weijde-Hoogstad besloot uit protest al zijn moties in te trekken. „Het dedain waarmee inhoudelijke goede voorstellen afgeserveerd worden. Dat kan gewoon niet.”

<FD.29.05.2026>

Deel dit bericht :