Hoe zit het nu met … scheefwonen?

Er is sprake van scheefwonen wanneer het inkomen niet (meer) past bij de huur die bewoners betalen. Scheefwonen heeft een negatieve bijklank, maar is lang niet altijd verkeerd. Dat een deel van de huurders ‘scheef’ woont heeft ook positieve kanten en is bovenal een gevolg van de krapte op woningmarkt waardoor veel huurders in sociale huurwoningen niet kunnen doorstromen naar middenhuur of betaalbare koopwoningen. 

Er zijn 2 varianten:

  1. Goedkoop scheefwonen: de huur die de bewoner betaalt is te laag ten opzichte van het inkomen. Een groter deel van het inkomen zou aan huur besteed kunnen worden.
  2. Duur scheefwonen: de huur die de bewoner betaalt is te hoog ten opzichte het inkomen. Een te groot deel van het inkomen gaat op aan huur.

Hoe ontstaat scheefwonen?

Scheefwonen ontstaat meestal in de jaren nadat een sociale huurwoning is toegewezen aan een nieuwe bewoner. Zo ontstaat goedkoop scheefwonen als het inkomen van een huurder harder stijgt dan de jaarlijkse huurverhoging. Bij duur scheefwonen neemt het inkomen niet of onvoldoende toe ten opzichte van de huurstijging, of is zelfs sprake van een verslechtering van het inkomen. 

Hoe groot is het probleem van scheefwonen?

Woningcorporaties mogen alleen bij de toewijzing van een woning vragen naar het inkomen van huurders. Zodat ze kunnen toetsen of diegene recht heeft op de sociale huurwoning. Daarna hebben corporaties zeer beperkt zicht op de ontwikkeling van het inkomen van huurders. 

Corporaties kunnen een inkomensafhankelijke huur vragen. Daarvoor mogen ze een keer per jaar aan de Belastingdienst vragen of het inkomen onder of boven de inkomensgrens voor sociale huur ligt. Ligt het inkomen van het huishouden boven die grens dan mag de corporatie hen een inkomensafhankelijke huurverhoging vragen. Ongeveer de helft van de corporaties maakt gebruik van deze mogelijkheid en dat aantal neemt langzaam toe. Een deel van de corporaties gebruikt dit instrument niet, vaak omdat ze zien dat de huurders weinig alternatieven hebben. Of omdat ze de wijken gemengd willen houden. 

Het woononderzoek WoON2024 laat zien dat in 2024 177.200 huishoudens goedkoop scheefwonen in corporatiewoningen. Al jarenlang gaat het om 7 tot 8% van de huurders bij corporaties. 

In de corporatiesector is het aantal dure scheefwoners fors gedaald van 11% in 2021 2% in 2024, dat zijn zo’n 42.000 huurders. De eenmalige huurverlaging die 600.000 huishoudens in 2023 kregen is hiervoor de verklaring. In de vrije sector ging het in 2024 om 162.200 dure scheefwoners, zo’n 14%. Zij verdienen dus te weinig voor de huur die ze moeten betalen. 

Wie controleert of huurders aan de inkomenseisen voldoen om sociaal te mogen huren?

Woningcorporaties moeten zich houden aan verschillende wettelijke regels bij de toewijzing van sociale huurwoningen. De belangrijkste regel is dat de huurder niet meer mag verdienen dan de inkomensgrens die bij de huishoudensamenstelling past (het gaat om het inkomen van het hele huishouden). In 2025 gaat het om € 49.669 voor alleenstaanden en € 54.847 voor meerpersoonshuishoudens.

De bedoeling is om een sociale huurwoning alleen toe te wijzen aan mensen die daar recht op hebben. Uiteraard hoort daar de discussie bij hoe hoog die inkomensgrenzen moeten zijn. Wat Aedes betreft mogen die in de huidige woningmarkt hoger liggen. Veel mensen met een inkomen net boven die grens, betalen immers de hoofdprijs in de vrije sector en kunnen geen woning kopen. 

Corporaties mogen op beperkte schaal woningen toewijzen boven de inkomensgrens. Bijvoorbeeld om mensen te helpen die om de een of andere reden snel een huurwoning nodig hebben. 

Wat vindt Aedes?

Woningcorporaties zien goedkoop scheefwonen niet per definitie als onwenselijk. Het is een gevolg van de wooncrises. Sommige huurders willen wel doorstromen, maar kunnen niet. Natuurlijk willen we dat sociale huurwoningen terechtkomen bij de mensen voor wie deze bedoeld zijn. Maar het is normaal dat sommige huurders er in inkomen op vooruit gaan. Dat heeft namelijk ook positieve kanten. 

Corporaties sturen op gemengde wijken, waarin verschillende mensen door elkaar wonen. Het is goed voor de leefbaarheid dat mensen die wat meer zijn gaan verdienen niet meteen de wijk verlaten. Een deel goedkope scheefwoners in een wijk heeft wat ons betreft eerder een positief effect. We zien in onderzoeken dat juist in wijken met vooral lage inkomens vaker de leefbaarheid onder druk staat.

De ervaring leert dat de meeste mensen die meer gaan verdienen na verloop van tijd op zoek gaan naar een groter huurhuis of een koophuis. Maar in de huidige markt hebben mensen echter weinig alternatieven.

<Aedes.nl | 25.07.2025>

Deel dit bericht :