LEEUWARDEN – Een netwerk van Friese organisaties gaat zich in- zetten voor betere hulp aan mensen die onbegrepen gedrag vertonen. Met het Samen Sterker- programma, dat donderdag van start gaat, hopen de organisaties te voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen.
De zorg voor deze mensen is al langere tijd ondermaats „We roepen met elkaar al jaren dat de zorg voor mensen met onbegrepen gedrag een groot vraagstuk is”, zegt GGD Fryslân directeur Lineke Kleefstra. „Inmiddels voelen alle organisaties gezamenlijk een grote urgentie om het nu echt op te lossen.”
465 meldingen per dag
Het programma van onder meer gemeenten, woningcorporaties, politie, GGD Fryslân en GGZ Friesland, haakt in op een toename van het aantal meldingen van mensen dat onbegrepen of zorgwekkend gedrag vertoont. Vorig jaar kreeg de politie vanuit het hele land bijna 169.000 meldingen, gemiddeld 465 meldingen per dag. Dat is 12 procent meer dan een jaar eerder. De zorg voor deze mensen, die vaak kampen met een verslaving en psychische problemen, is volgens het Toezicht Sociaal Domein – een samenwerkingsverband van vier rijksinspecties – al langere tijd ondermaats.
Ook in Fryslân steeg het aantal meldingen de afgelopen jaren. Bij het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag van GGD Fryslân, dat mensen kunnen bellen als ze zich zorgen maken over iemand, kwamen vorig jaar 488 meldingen binnen. Daarnaast werden er 1500 niet-acute zorgwekkende situaties gemeld, de zogenoemde i28-meldingen, en kwamen er 272 meldingen van vervuiling binnen.
‘We moeten uitleggen dat deze mensen er volledig bij horen’
Volgens GGD verpleegkundige André Soepboer komt zorgwekkend gedrag overal voor. Soepboer is vrijwel dagelijks op pad om huisbezoeken te brengen aan mensen die het spoor bijster zijn. „It kin ús allegear oerkomme, bygelyks troch it ferlies fan in partner of it weifallen fan ynkommen”, zegt Soepboer. „Faak komme ferskate saken byinoar. Ik fergelykje it wol mei in waskmasine. Op in stuit begjint dy hieltyd flugger te draaien en krijst him net mear út.”
Het is vooral de zogenoemde niet-acute zorg – gericht op kwetsbare personen die niet direct hulp nodig hebben, maar die op de lange termijn wel hulp of ondersteuning nodig hebben – die volgens de bij het project betrokken organisaties tekort schiet. „We hebben de keten in Fryslân goed ingericht en doen veel voor acute zorgvragen, maar lopen vaak vast bij niet-acute zaken en weten dan vaak niet waar we met deze mensen naartoe moeten”, zegt Andries Bouwman, burgemeester van de gemeente Opsterland en bestuurlijk trekker van het project.
Mensen krijgen daardoor vaak niet de hulp die zij nodig hebben. Als gevolg daarvan ontstaat geregeld opnieuw overlast en worden hulpdiensten vaak binnen korte tijd opnieuw ingeschakeld. Uit cijfers van GGD Fryslân blijkt dat 18 procent van de betrokken personen voor 38 procent van de meldingen zorgt. 25 procent van de herhaalmeldingen wordt binnen een week gedaan, een op de tien binnen 24 uur.
Die mensen worden nu dus nog onvoldoende geholpen en vallen tussen wal en schip, aldus Bouwman. „Je hebt mensen die na een melding te snel naar huis worden gestuurd. Zijn zij weer thuis, dan ontstaat er vaak snel opnieuw een probleem en moeten we er weer op af. Dat gebeurt nog te vaak.”
Grote betrokkenheid
In totaal zijn 31 organisaties bij het programma betrokken, waaronder alle Friese gemeenten, de politie, GGD Fryslân, GGZ Friesland, de verslavingszorg, zorgverzekeraars, het Openbaar Ministerie en woningcorporaties. Zij krijgen allemaal geregeld signalen binnen over mensen die zorgwekkend gedrag vertonen, bijvoorbeeld over veel vervuiling rondom een woning of over iemand die zich na het overlijden van een partner vreemd begint te gedragen.
Door beter samen te werken verwachten de organisaties deze mensen beter te kunnen helpen. Bouwman: „Als een huisarts, wijkagent of woningcorporatie iets signaleert, dan willen we die signalen bij elkaar krijgen en met elkaar kunnen bespreken, natuurlijk met in achtneming van de privacywet.”
Volgens de burgemeester zijn veel problemen gerelateerd aan de woningmarkt. Onzekerheid over een woonplek vormt geregeld een rode draad. „Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die geen woning hebben of die uit hun woning worden gezet. We zijn dan ook blij dat de woningcorporaties zich bij dit project hebben aangesloten.”
Lineke Kleefstra, directeur publieke gezondheid bij GGD Fryslân, sluit zich daarbij aan. Om mensen snel en gericht te kunnen helpen, is het belangrijk dat een brede waaier aan organisaties goed met elkaar samenwerkt. „Er is een grote transitie gaande in de zorg”, aldus Kleefstra, verwijzend naar onder meer de personeelstekorten waar veel zorginstellingen mee te maken hebben. „De vraag is dan: hoe kun je met beperkte middelen laagdrempelig een structuur krijgen waarmee je escalaties beperkt? Dat vraagt om duurzame oplossingen en een breed bestuurlijk netwerk.”
Rol voor samenleving
De betrokken organisaties zijn ervan overtuigd dat het project veel mensen gaat helpen. Al zal het niet alles oplossen, zegt Andries Bouwman. Ook de samenleving heeft volgens hem een rol te spelen. „Vroeger zorgden we in een dorp met elkaar voor de excentriekelingen. Dat is veranderd. We moeten daarom in de samenleving uitleggen dat deze mensen er volledig bij horen.”
Volgens GGD-verpleegkundige André Soepboer is het belangrijk om te realiseren dat niet elke persoon die zich vreemd gedraagt een gevaar is. „Der kinne ommers allegear situaasjes wêze wêrom’t it even net sa goed giet. Net elkenien is direkt yn gefaar. Mar ast soargen hast oer immen of ast advys nedich hast, meld dy dan foaral by it meldpunt.”
<FD.06.05.2026>