AMSTERDAM – Er is een nieuwe richtlijn voor de hoogte van het leefgeld voor mensen in de schuldhulpverlening. Sommige van deze mensen krijgen al jaren 50 tot 75 euro per week om van te leven, maar die bedragen zijn volgens budgetinstituut Nibud niet meer van deze tijd.
„Ik krijg momenteel 50 euro per week”, zegt Sebastiaan Terol uit Kerkrade. „Daar kan ik van leven, maar makkelijk is het niet. Ik heb een bril nodig en mijn huisdieren moeten naar de dierenarts, maar dat is allemaal niet mogelijk.”
Volgens de nieuwe richtlijn van het Nibud en de NVVK – de branchevereniging voor schuldhulpverleners – is die 50 euro te weinig. Een alleenstaande als Terol heeft minstens 88 euro per week nodig om normaal van te leven. Dat geld moet gebruikt worden voor vervoer, persoonlijke verzorging, eten en sociale participatie.
Voor Terol is dat laatste er al niet bij: „Mijn Wmo-begeleider neemt me een keer per week mee naar Duitsland om boodschappen te doen. Dat is mijn uitje. Een voordeel is dat het daar ook stukken goedkoper boodschappen doen is.” Voor de veteraan is het bovendien onmogelijk om zijn zoon te zien, die samen met zijn ex-partner in Oost-Duitsland woont. „Een treinkaartje die kant op is niet te betalen.”
Alleen (gezond) eten zou volgens het Nibud voor een alleenstaande al 267 euro per maand kosten – hoger dan het huidige totale leefgeld van Terol. „Ik eet uit kostenoverwegingen nu eigenlijk alleen maar pasta en soep”, zegt de veteraan. Volgens het Nibud heeft een stel zonder kinderen in totaal minstens 158 euro per week nodig, terwijl een stel met twee kinderen – van acht en dertien jaar – met 220 euro per week vooruit zou moeten kunnen.
Mensen die schuldhulpverlening krijgen, geven het beheer van hun rekening vaak uit handen aan een hulpverlener of bewindvoerder. Die houdt geld van het inkomen in om schulden af te lossen en vaste rekeningen te betalen.
Maar mensen in de schuldhulp krijgen vaak nog wel een budget waarover ze vrij mogen beschikken: leefgeld. Dat kunnen ze besteden aan noodzakelijke uitgaven. Denk aan voldoende gezonde voeding, was- en schoonmaakartikelen, persoonlijke verzorging (zoals zeep en tandpasta) en vervoer naar het ziekenhuis of een winkel, maar ook aan sociale activiteiten.
„Toch blijven deze (lagere, red.) bedragen rondgaan onder financiële hulpverleners en mensen met schulden”, zo stelt Nibud. „Met als gevolg dat schuldhulpverlening een onhaalbaar en onaantrekkelijk vooruitzicht is voor mensen met schulden, terwijl het een (verlichtende) oplossing moet zijn.” De nieuwe richtlijn moet voorkomen dat huishoudens te weinig budget hebben om van te leven en daardoor zijn aangewezen op noodvoorzieningen, zoals de Voedselbank, of nieuwe schulden moeten aangaan.
<LC.15.05.2025>