BURGUM – Een nieuwe winkel aan de Schoolstraat in Burgum met twee woonlagen voor vijf appartementen daarboven. Omwonenden zien dit plan helemaal niet zitten, omdat het zorgt voor een hoge doos waartegen men aankijkt.
Het uitzicht en de privacy zullen verdwijnen, vrezen de bezwaarmakers tegen het nieuwbouwproject in Burgum. Maar hun hoger beroep bij de Raad van State tegen de verleende vergunning voor dit project is vrijwel kansloos, liet de raadsvoorzitter vrijdag merken.
,,De vergunning past binnen het bestemmingsplan. Er zijn geen mogelijkheden om die te weigeren. De gemeente was verplicht de vergunning te verlenen”, aldus de raadsvoorzitter. Ze legde de bezwaarmakers vervolgens uit dat dit juridische systeem niet kan worden doorbroken. Tenzij er een konijn uit de hoge hoed wordt getoverd.
Oude afspraak
De bezwaarmakers probeerden het toch. Ze hebben al hun hoop gevestigd op een oude vergunning uit 1998 voor de huidige kledingzaak. Die vergunning gaf toestemming voor een uitbreiding naar achteren. Volgens de bezwaarmakers is toen tussen een omwonende en de gemeente de afspraak gemaakt dat de achterbouw van de winkel niet hoger dan drie meter zou worden. Die afspraak wordt volgens hen nu doorbroken, omdat het hele pand over een diepte van zeventien meter een bouwhoogte van twaalf meter mag hebben.
Maar harde bewijzen voor die afspraak kunnen ze niet leveren. De omwonende die toen de afspraak met de gemeente maakte, kan niets tonen. En de gemeente zegt die stukken ook niet in zijn archief te kunnen vinden. Tot grote verbazing van de omwonenden.
Vergund
De raadsvoorzitter maakte ook duidelijk dat, ook al komt die oude afspraak boven tafel, die toch niets kan veranderen aan de zaak. Want nu geldt er een nieuw bestemmingsplan dat twaalf meter bouwhoogte toelaat. En dat is ook vergund.
Overigens was toen ook al een bouwhoogte van twaalf meter toegestaan. Maar het bleef beperkt tot drie meter. Bovendien kan men altijd een vergunning aanvragen voor een ander bouwplan. Dat is in dit geval ook gebeurd. De Raad doet binnen zes weken uitspraak.
<FD.08.11.2025>