Leeuwarden Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan gaat Leeuwarden helpen om de huizenbouw in zes wijken te versnellen.
‘Bezwaarmakers leiden tot lange procedures en jaren vertraging’
Wijken als Spoordok en Middelsee behoren landelijk gezien tot de meest kansrijke locaties voor bouwversnelling in de periode tot 2036. Dit bleek uit een inventarisatie van het Rijk.
Ze staan nu op een lijst van 26 ’nationaal grootschalige woningbouwgebieden’. Ook gebieden in Deventer, Haarlem, Maastricht en Weert zijn deze week toegevoegd aan de lijst.
Veel bouwprojecten liepen de afgelopen jaren stuk of ze werden vertraagd door allerlei obstakels. „Dan staat het stoplicht op rood, terwijl wij willen dat het op groen komt te staan”, vertelde de D66-minister dinsdag bij een bezoek aan Leeuwarden. Ze maakte een fietstocht langs huizen in aanbouw in de grote wijk Middelsee.
Boekholt beloofde dat Leeuwarden bij zo’n obstakel voortaan onmiddellijk kan aankloppen bij een ’gebiedsregisseur’ van het Rijk. „De gemeente hoeft zelf dus niet meer alle loketten langs in Den Haag.
Wij gaan daar dan tussen zitten en proberen om het op te lossen.”
Het Rijk vat het Leeuwarder gebied onder de noemer ’Middelsee-Spoordok’, maar het gaat in werkelijkheid om de bouw in zes wijken. Meegeteld zijn bijvoorbeeld ook de nog niet ontwikkelde nieuwbouwplannen bij het WTC en in het Tesselschadegebied. Ook woningbouwprojecten bij de Schrans en Oostergoweg zijn meegenomen.
In alle gevallen gaat het om huizen die in de periode tot 2036 kunnen worden opgeleverd. Ook de Werp is hierbij meegenomen: dit is het meest zuidwestelijke deel van Middelsee, nabij het toekomstige station. Hiervoor wordt komende winter een ontwikkelkader gepresenteerd, vertelde Pro-wethouder Evert Stellingwerf.
De minister wil dat er in de komende tien jaar circa 30.000 huizen gebouwd worden in de nu aangewezen steden. Dit biedt ruimte aan 60.000 mensen en moet helpen om landelijk de streefcijfers van 100.000 opgeleverde huizen per jaar te halen.
Later dit jaar voegt de minister nog eens vijf grootschalige woninggebieden toe aan haar lijst.
Een van de grootste obstakels voor nieuwbouwplannen is dat omwonenden bezwaar maken: dit leidt dan meestal tot lange procedures en jaren vertraging. „Wij roepen gemeenten daarom op om woningzoekenden aan het woord te laten bij inspraak”, zei de minister dinsdag. „Dan kunnen ze vertellen waarom het zo belangrijk is dat hier huizen gebouwd worden.”
„Wij zien dat er dan een dialoog ontstaat tussen degene die last heeft van de bouw en degene die uitlegt waarom het zo belangrijk is om woonruimte te hebben. Wij merken dat dit iets doet met de medemenselijkheid naar elkaar. Je weet dan dat door jouw klachten iemand anders ergens niet kan wonen, of dat een bouwproject drie jaar on hold staat.”
De gemeente hoopt dat het Rijk straks ook kan helpen bij het ‘financieren van onrendabele toppen, aanleg van mobiliteitshubs en operationele vraagstukken rondom opening station Leeuwarden-Middelsee in 2029’.
Boekholt toonde zich gecharmeerd van de nieuwe welstandsvrije buurt van Barrahûs, onderdeel van Middelsee. Ze sprak hier uitgebreid met de nieuwe bewoners. Die tonen zich erg tevreden met de bouwvrijheid die ze kregen. Mooi, maar er is meer nodig om hoge woningbouwcijfers te halen, erkende Boekholt: „Ik realiseer me dat we ook andere vormen nodig hebben.”
Spoordok is de toekomstige wijk in het gebied langs de Snekertrek-weg. Hier stonden vanouds fabrieken, winkels en andere bedrijven. Dit moet veranderen in woongebied met veel hoogbouw. De ontwikkeling van Spoordok is ingewikkeld: dit komt doordat de grond in handen is van veel verschillende eigenaren.
De bouw van de eerste 530 woningen staat gepland in 2027. Hierbij gaat het om studentenhuisvesting aan de noord- en oostzijde van de voormalige Aegon-parkeergarage. De Rijkssteun heeft deels betrekking op ‘transformatiekosten van bedrijventerrein in Spoordok en over duurzaamheidsaspecten zoals circulaire bouw en waterbesparing. Zonder een rijksbijdrage is voor een aantal locaties de businesscase niet rond te rekenen’, aldus de gemeente.
<LC.02.09.2026>