Van Wijnen is apetrots op de eigen woningfabriek in Heerenveen. Het bouwbedrijf, dat nog altijd prat gaat op de Friese link, nodigde de Leeuwarder Courant uit een kijkje te komen nemen.
Ja, Van Wijnen is een bouwbedrijf met 32 vestigingen door het hele land. Ja, bij Van Wijnen werken meer dan 2000 mensen. Ja, het hoofdkantoor staat in het Utrechtse Baarn. Maar Van Wijnen is hartstikke Fries, vinden ze in Heerenveen. Dat merken we al bij aankomst in de fabriek. „Praatst Frysk?”, vraagt algemeen directeur Hilbrand Katsma, terwijl hij een stevige handdruk geeft.
Ook Roelof Faber, als regiodirecteur Noordoost verantwoordelijk voor acht bouwvestigingen en bijna 700 medewerkers, is een volbloed Fries. „Ik bin ek altyd al fan west fan Cambuur”, zegt hij glimlachend. Een derde directielid – CEO Peter Hutten – woont in Drachten. Hutten is eind jaren 80 aangenomen door Freerk de Leeuw, de broer van voormalig grootaandeelhouder Klaas de Leeuw.
Familie De Leeuw
De familie De Leeuw uit Tijnje heeft een groot aandeel in de opkomst van bouwbedrijf Van Wijnen. Vader Evert richtte in 1940 een timmerbedrijfje op: bouwbedrijf De Leeuw. Van Wijnen had toen al een bouwbedrijf in Dordrecht.
Beide vennootschappen groeien in de decennia die volgen en eind jaren 70 werd het bouwbedrijf van de familie De Leeuw – inmiddels gevestigd in Gorredijk met een nevenvestiging in Franeker – opgenomen in de Van Wijnen Groep. In 1986 namen de Friezen alle Van Wijnen-aandelen over.
In 2020 verkocht Klaas de Leeuw het bedrijf aan HAL Investments uit Rotterdam. Deze investeerder liet de ongewone organisatiestructuur van Van Wijnen ongemoeid – met tientallen regionale vestigingen die in grote mate zelfstandig opereren.
Dat was ook een wens van De Leeuw. De mentaliteit van lokale binding en niet te veel centraliseren wordt voortgezet, zegt Katsma. „Wy binne in platte organisaasje. Kinst us gewoan skilje. It telefoannûmer stiet yn de mail. Gjin 088-numer mar in 06-nûmer. Mar sille wy no nei it fabryk ta?”
Vrijdagmiddag 14.34 uur. Een topgevel ligt klaar. Twee werknemers hebben een tiental isolatieplaten op een van de 85 werktafels gelegd. Ze bestuderen de topgevel, die plat op een grote werktafel ligt, en in rap tempo zetten ze de platen – die op de millimeter nauwkeurig op maat zijn gesneden door een robot – in de topgevel. Van boven lijkt het net op het computerpuzzelspel Tetris.
De huizenfabriek, 14.000 vierkante meter groot, valt onder Van Wijnen Components. Dit is de industriële kant van het bedrijf, dat ook nog volop in de klassieke bouw zit.
Industrieel betekent echter niet dat alles op elkaar lijkt. Juist niet. In een systeem zitten miljoenen opties waarmee woningen kunnen worden samengesteld, van dakgoten tot kozijnen en dakkapellen en van kleuren tot bepaalde typen en vormen van het metselwerk.
Nergens in Europa of de wereld staat zo’n hypermoderne woningfabriek, beweert regiodirecteur Roelof Faber. Maar waarom heeft niemand het erover, vraagt hij zich af. „Dat leit miskien ek wol oan ússels. Wy komme der ek net folle mei nei bûten. As Friezen binne wy nochter.”
In plaats van lullen, poetsen ze in Heerenveen liever. „Wy dogge it gewoan”, zegt Katsma. „Mar yn Fryslân is minder yndustry ferlike mei de Rânestêd of Noard-Brabant en wy wolle it fabryk wat mear op de kaart sette. It is foar de provinsje moai en wichtich dat minsken ús witte te finen.”
70 robots
Bij de woningfabriek in Heerenveen werken 80 mensen. Meer zijn momenteel niet nodig, aangezien liefst 70 robots een groot deel van het zware werk op zich nemen. Zonder deze robots zouden 1350 mensen nodig zijn.
Overal waar je kijkt, schieten robots heen en weer. Ze verplaatsen op hoogte zware elementen zoals wanden en gevels, lassen betonwapening of zorgen voor voldoende aanlevering van beton. Een aantal robots lijkt zelfs een tango te dansen, zo angstvallig dicht op elkaar bewegen ze.
Iedere dag komen er tussen de zeventig en tachtig elementen uit de fabriek. Elke woning bestaat uit gemiddeld twintig elementen. Per dag worden er dus vier woningpakketten afgeleverd. Dat komt neer op duizend per jaar.
Vrijdagmiddag 14.55 uur. Katsma en Faber zijn ongeveer een kwartier bezig met een rondleiding door de fabriek en de topgevel komt weer voorbij. De betonwapening is al op maat gesneden, gelast en in de topgevel geplaatst. Fabrieksmedewerkers controleren met grote rolmaten of alles nauwkeurig is.
De fabriek kwam vorig jaar na een aanloopperiode eindelijk op stoom. De bij aanvang genoemde aantallen werden niet gehaald. In 2024 moesten er 1250 huizen van de band rollen, dat werden er 600. Dit jaar moet dat worden verdubbeld.
De reden dat het in eerste instantie niet lukte? Onderschatting, stelt Katsma onomwonden. Men dacht de fabriek binnen een jaar op volle kracht te kunnen laten draaien, maar er was geen referentiekader. „Bist altyd fjouwer as fiif jier dwaande, sizze oare bedriuwen ek wol tsjin ús. Wy dogge it yn 2,5 jier. Dat is langer as wy tochten, mar moatst wol santich robots op inoar ôfstimme en wy hawwe ek lêst hân fan corona.”
Nieuw personeel
Het ultieme doel is dat er op termijn 4000 huizen per jaar uit de fabriek komen. Van Wijnen denkt al aan een tweede ploegendienst, maar daar is wel personeel voor nodig. Ze geven zichzelf een jaar de tijd om tachtig nieuwe medewerkers te vinden en op te leiden. Ook teamleiders en operators met hogere opleidingen zijn nodig. En die zijn niet makkelijk te vinden.
Trots als ze zijn op hun Friese afkomst, hopen Faber en Katsma de komende tijd nog veel meer, bijvoorbeeld Friese medewerkers aan te nemen. Bij het bouwbedrijf van Van Wijnen in Gorredijk spreekt 95 procent Fries.
In de woningfabriek in Heerenveen is dat wel anders. De helft van het personeel is afkomstig uit Oost-Europese landen zoals Roemenië. Katsma: „Wy wurkje graach mei dizze minsken, mar wolst ek Nederlânske minsken in kâns jaan.” Maar ja, fabriekswerk, dan heb je toch vaak te maken met zware werkomstandigheden, is het vooroordeel. Zitten Nederlanders daar wel op te wachten?
Dat misverstand wil Katsma graag uit de wereld helpen. In zijn fabriek heerst een aangename temperatuur. De werknemers hoeven geen jas te dragen en de robots doen al het zware werk. Een voorbeeld: robots lassen met precisie de grote wapeningsstaven aan elkaar voor in het beton. Daar komt geen mens meer aan te pas.
Bovendien zijn de werktafels verboden terrein als de robot bezig is met een wand, vloer of kozijn. Zodra de robot het element heeft klaargelegd, kan de deur die toegang verschaft tot het platform worden geopend. Katsma: „Al it swiere wurk is automatisearre. Kinst dus wol wer âld wurde yn de bou.”
Fabriek zonder bouwvakkers
Van Wijnen kan personeel uit alle industrieën wel gebruiken. Je hoeft geen bouwvakker zijn om hier te werken. Sterker nog: in de fabriek loopt geen enkele bouwvakker rond. Dat weet alleen lang niet iedereen, stelt Faber. „Wy kinne ek wol minsken út de túnbou brûke, dat makket neat út. Utstjoerburo’s moatte der miskien ek noch efkes oan wenne.”
Vrijdagmiddag 15.05 uur. De topgevel heeft de reis door de fabriek al bijna volbracht. Een robot zoeft langs en schuift het element op een van de drie werktafels bij de betonmolen. Binnen een half uur van een mal tot een afgewerkte topgevel.
Bijna het hele bouwpakket van huizen wordt in de fabriek in elkaar gezet. De vloeren krijgen hier al de vloerverwarming en de stopcontacten worden in de wanden geplaatst. De meterkasten, badkamers en keukens maakt voormalig busbouwer VDL in een fabriek even verderop. Deze modules worden kant-en-klaar opgeleverd.
Secuur
Het hele pakket wordt vervolgens binnen een dag in elkaar gezet op een bouwplaats. Dat gebeurt remontabel, zodat ze in de toekomst makkelijk uit elkaar kunnen worden gehaald. Katsma: „Us robot wurket sa sekuer dat wy de naden net hoege op te foljen mei pur of kit.” Bij een doorsnee woning kun je drie afvalcontainers vullen met afval, maar Katsma en Faber beweren dat Van Wijnen „mar ien kliko de wenning” aan afval heeft.
Al tijdens de economische crisis in 2012 werd het plan opgevat om een woningfabriek te gaan bouwen. De gemiddelde leeftijd van een vakman lag boven de 50 jaar en jongeren die metselaar wilden worden, waren amper te vinden. Dat was een prikkel om het bouwen van huizen te industrialiseren.
De bouw is echter een conservatieve sector, weet Katsma. Op verjaardagen zeggen dat je aannemer bent, was niet direct een aanleiding voor een goed gesprek. „Dan gie it oer dy smoarge stukadoar en dat it fierstente djoer is. Wy binne no in pear jier letter, yn in nije wrâld mei in grut tekoart oan wenningen, en dizze yndustry is ek nedich. En dit stiet yn Fryslân. Moai, hè.”
<LC 14.06.25>